
Ontkenning
Confronteer pleegma M. met belastende gegevens uit het dossier van Stichting Jeugd en Gezin. Volgens dat staatsdocument waren we blijkbaar mishandeld. De huisarts van M. had besloten dat dit tweetal volwassenen absoluut niet in staat was om kinderen op te voeden.
Ma wordt volledig hysterisch en ontkent alles met de overtuiging van iemand die vooral hoopt dat als je iets hard genoeg ontkent, het retroactief nooit gebeurd is.Ontkenning als laatste vorm van controle: als je alles hard genoeg wegduwt, wordt het misschien wel een andere geschiedenis. Of in elk geval een minder ongemakkelijke.
Ze is ervan overtuigd dat ik dat dossier heilig geloof, terwijl ik vooral compleet in de war ben en gewoon één keer duidelijkheid wil.
Maar nee, duidelijkheid is blijkbaar te veel gevraagd in dit huishouden.

Uitgewist
De situatie wordt zoals verwacht onhoudbaar. Ik word keurig op straat gezet — altijd fijn als je familie je even laat weten wat je werkelijke waarde is.
Gelukkig bestaan er overburen, familie O., waar ik tijdelijk mag bestaan. Mijn parkieten krijgen ondertussen een logistieke upgrade naar een schuur. Top service, vijf sterren.
Ondertussen is pa thuis druk bezig met operatie “Uitwissen”. Alles wat aan mijn bestaan herinnert — foto’s, dia’s, schoolboekjes, noem het maar op — wordt liefdevol naar de vuilnisbak verplaatst en uit hun universum gewist. Echte professionaliteit, een totale vernietiging. Chapeau.
Alsof ik nooit heb bestaan.
Ik deel die wens. Voel me beroerd.

De Gesloten Archiefkast
Familie M. blijkt in sociaal opzicht ongeveer zo actief als een gesloten archiefkast in een kelder zonder licht. Bezoek lijkt daar iets te zijn wat theoretisch bestaat, maar praktisch vooral als gerucht wordt doorgegeven.
Gelukkig is familie O. bereid om het geheel van commentaar te voorzien. Zij zien de situatie helder: de M’s hadden blijkbaar verwachtingen die ergens tussen “realistisch” en “willekeurige fantasie over wie ik ooit zou kunnen worden” lagen. Dat ik inmiddels geen kleine opdonder van weleer meer ben, is kennelijk een soort tegenvaller in hun persoonlijke ontwikkelingsplan.

Onbeperkt Aandacht-Abonnement
Ondertussen is er blijkbaar ook een nieuw sociaal model geïntroduceerd: gebrek aan contact compenseren door overvloedige aandacht richting M. zelf. Een soort emotionele herverdeling waarbij ik de rol heb van zowel lege batterij als oplader.
Het wordt subtiel gepresenteerd als “deelname aan het gezin”, met als ongeschreven voorwaarde dat ik mijn sociale rechten inlever en daarvoor in de plaats een soort fulltime beschikbaarheid voor emotionele sponsoring terugkrijg.
Klinkt eerlijk gezegd als een aanbieding waar zelfs telecombedrijven zich voor zouden schamen.
Alleen jammer dat er één klein detail over het hoofd wordt gezien: ik ben blijkbaar niet geleverd met een onbeperkt aandacht-abonnement. Sterker nog, ik functioneer verdacht slecht op verplicht sociaal bijtanken.
Ik heb zelf namelijk ook gewoon aandacht nodig. Schandalig concept, ik weet het — bijna asociaal menselijk.
Maar goed, het goede nieuws is: het systeem draait nog steeds. Alleen de gebruiksvoorwaarden worden elke dag iets creatiever.

Tijdelijk Thuis
Het gezin O. ontwikkelt zich intussen tot een buitengewoon behulpzaam christelijk steunpunt, ergens tussen opvang, morele ruggengraat en onverwachte gastvrijheid in.
Ik begin te begrijpen dat mijn sociale leven inmiddels functioneert als een soort preventief schadebeheermodel. Niet wachten tot iets kapotgaat, maar het alvast vermijden voordat het überhaupt de kans krijgt om echt te bestaan. Contacten die niet stuklopen omdat ze hecht waren, maar omdat ze nooit lang genoeg blijven hangen om dat stadium te bereiken.
En ergens ontstaat er een vreemde logica: als alles uiteindelijk stukloopt, dan lijkt het rationeel om alvast afstand te nemen van alles wat nog intact is. Je zou het bijna vooruitziend kunnen noemen, als het niet gewoon een vermoeiende vorm van herhaling was.
Dus er wordt opnieuw gekeken naar “onderdak”. Niet als plek om te landen, maar als volgende tijdelijke uitzondering op een patroon dat zich inmiddels met monotone precisie herhaalt.
En daar ergens, in die beweging van weg bij het ene voordat het daar ook weer te dichtbij kan worden, ontstaat iets wat verdacht veel lijkt op een strategie. Of misschien gewoon een rondje door hetzelfde systeem met andere stoelen.
De uitkomst blijft in elk geval consequent: iedereen is behulpzaam, niemand is echt betrokken, en ik ben telkens net iets eerder weg dan het moment waarop het echt iets zou kunnen betekenen.
Wat op zichzelf ook weer een soort stabiliteit is, als je er cynisch genoeg naar kijkt.

Geen Ruimte Meer
Koop is in elk geval zo’n zeldzaam exemplaar mens dat nog functioneert zonder bijbehorende bijsluiter vol voorwaarden. Echte klasse, dat moet je hem nageven. Het soort persoon dat je nog uitnodigt voordat je het woord “logistiek probleem” überhaupt hebt kunnen uitspreken.
Helaas blijkt zelfs in die zeldzame gevallen de natuurwet van tijdelijke opvang onverbiddelijk: ergens in de woning ontstaat altijd spontaan een schaars goed genaamd “privacy”. En privacy is, zoals bekend, het eerste dat verdwijnt zodra je denkt dat je ergens even kunt landen.
Truus doet vervolgens wat Truus hoort te doen in dit soort ongeschreven systemen: zij merkt op dat het huis niet ontworpen is voor permanente extra aanwezigheid, en dat is meestal het moment waarop beleefdheid langzaam overgaat in realiteit.
Koop kiest — geheel verrassend en tegelijk volkomen voorspelbaar — voor zijn eigen eega. Niet uit drama, niet uit conflict, maar gewoon omdat de architectuur van het leven zelden ruimte laat voor extra bewoners zonder dat iemand anders op de gang moet slapen.
En dus volgt de klassieke conclusie die in dit soort verhalen altijd als vanzelf lijkt te verschijnen, zonder dat iemand hem echt uitspreekt:
er moet iemand weg.
Niet omdat iemand “fout” is. Niet omdat iemand niet welkom was. Maar omdat ruimte, net als geduld, geen oneindige voorraad kent — hoe goed de bedoelingen ook zijn.
Goed. Er moet dus iemand weg. Koop kiest vanzelfsprekend voor zijn eega. Ik moet eruit. Vanzelfsprekend.

Mijn Film Carriere
1983. Zwolle. Opvanghuis. We maken met de groep een speelfilm. Een friller.
Ik heb het kortste stokje dus ik ben de bad boy. De bad boy heeft geloof ik zijn vrouw vermoord door haar van de trap af te mieteren. Had ze m'n sloffen en krantje maar klaar moeten leggen.
Vervolgens moet filmheld slimme Henkie de zaak maar oplossen.
Er zijn niet veel aanwijzingen. Een lijk onder aan de trap (blijf nou even stil liggen trut!), een verre van verdrietige echtgenoot in bezit van minnares en een levensverzekering ten gunste van manlief afgesloten op het slachtoffer. De ingredienten van een gemiddelde Derrick.
Tijdens een ondervraging wordt het mij te heet onder de voeten. 'Geef het maar toe, je hebt haar vermoord!' 'Maar slimme Henkie toch, hoe kun je dat nou denken? Ik haar van hield! En... CUT!
ACTION! '...dat nou denken? Ik hierd van hald!' CUT!
O wat was ik goed in het spelen van iemand die zijn tekst kwijt was. Het enige wat mij nog rest is vluchten. De bedoeling is duidelijk. Open de buitendeur en vlucht naar de overkant van het plein, alwaar zich een in theorie te nemen hindernis bevindt in de vorm van een hek. Maar zover kom ik niet.
Het schot in mijn rug zal mij ter aarde doen storten. Okee eerst de buitendeur open. Iets te hard. Glasgerinkel. Je moet iets over hebben voor een goede film hoor. Ik begin te rennen. Bij het hek aangekomen wacht ik op het genadeschot. Opschieten anders moet ik klimmen. Maar ik hoor niets. Ik besef me dat een pistool van Bart Smit wat minder herrie maakt dan een Smith and Wesson en op de gok plof ik maar op de grond.
Vanwege mijn acteertalenten ben ik op slag dood. Laat deel twee dan maar zitten jongens.

Te Laat
Hou het niet uit in de groep. Een uitstekend teken natuurlijk: als iedereen om je heen problemen met je heeft, ligt dat vrijwel nooit aan jezelf.
Dus op naar Groningen. Naar Attie. Mijn grote reddingsboei. Klein detail: Attie heeft inmiddels een vriend. Die schijnt het merkwaardige idee te hebben dat een plotseling opduikende man met emotionele bagage misschien een bedreiging vormt. Volkomen onbegrijpelijk.
Maar goed, dat maakt toch niet uit, want ik kan niet eens gedichten schrijven. Iedereen weet dat een relatie uitsluitend gebaseerd is op poëzie. Geen sonnetten, geen liefde. De zaak is daarmee afgedaan.

Het Is Hier Geen Hotel
Dan moeder maar. De enige persoon die nog enigszins verplicht is me binnen te laten. Als ik er tenminste binnen tien minuten ben. Anders gaat de deur dicht en mag ik weer in een schuur slapen. Logisch ook. Een volwassen kind dat onderdak zoekt moet natuurlijk eerst een logistieke tijdrit winnen.
"Het is hier geen hotel," snauwt ze door de telefoon, voor het geval ik de afgelopen twintig jaar vergeten was hoe gastvrijheid werkt.
Dus ik zet het op een lopen. Heldhaftig. Tegen de klok. Tegen het lot. Tegen de Nederlandse infrastructuur.
En ik ben nét te laat.
Uiteraard.
Maar moeder strijkt over haar hart. Het scheelt maar een paar minuten. De internationale regels voor menselijke waardigheid blijken gelukkig iets rekbaarder dan gedacht.
"Vooruit dan maar. Wel gelijk naar je nest."
Wat een overwinning.
Ma heeft het druk.
Welterusten mam.
En zo eindigt de grote vlucht uit de ellende met een voorwaardelijke vergunning om in mijn oude bed te slapen. Een succesverhaal waar Hollywood alleen maar van kan dromen.

Kamertraining
Weertsingel in Utrecht. Het noorden en ik waren uiteindelijk tot een gezamenlijke conclusie gekomen: dit werkte niet meer. Ik hield het daar niet uit, en zij hielden het met mij niet uit. Altijd mooi als partijen elkaar zo feilloos weten te vinden.
Maar goed, er is nieuws. Voor het eerst sinds tijden is er iets dat op een toekomstplanning lijkt. Niet zomaar doelloos van opvang naar logeeradres, van goedbedoelde adviezen naar crisisoverleg. Nee. Professioneel vooruitgangsmanagement.
Ik ga op kamertraining.
Dat klinkt meteen indrukwekkend. Alsof ik geselecteerd ben voor een olympisch traject. Terwijl de discipline in werkelijkheid bestaat uit geavanceerde vaardigheden zoals op tijd opstaan, de afwas doen voordat er nieuwe levensvormen ontstaan en niet vergeten dat huur betalen geen optionele hobby is.
Toch voelt het bijna verdacht volwassen.
Een eigen kamer. Begeleiding. Structuur. Mensen die geloven dat ik uiteindelijk zelfstandig kan functioneren zonder dat iemand elk uur hoeft te controleren of ik nog leef, eet of brand veroorzaakt heb.
Aan de Weertsingel begint dus officieel mijn glorieuze carrière als iemand met een plan.
Of in elk geval als iemand die eindelijk een adres heeft waar hij langer mag blijven dan een weekend.
Dat is voor nu al bijna revolutionair.

Mavo Voor Grote Mensen
Kamertraining in Zeist. Daar zouden ze me leren zelfstandig te wonen en met geld om te gaan. Altijd handig. Niet iedereen krijgt de kans om op latere leeftijd alsnog de gebruiksaanwijzing van het volwassen leven uitgereikt te krijgen.
Ik noemde het altijd de mavo voor grote mensen.
En eerlijk is eerlijk: ik was een voorbeeldige leerling. Ik verscheen op afspraken, hield me aan regels en deed mijn best om te doen alsof ik wist waar ik mee bezig was. Een talent dat veel volwassenen verrassend ver schijnt te brengen.
Toch stop ik ermee. Concentratieproblemen. Blijkbaar is zelfstandig wonen al ingewikkeld genoeg zonder dat je hersenen besluiten om voortdurend ergens anders heen te gaan.
Maar goed, dat was nog niet eens het grootste probleem.
Een huisgenoot heeft zijn muziek kneiterhard aan staan. Ik maak de klassieke beginnersfout om daar iets van te zeggen. Je denkt dan: we zijn volwassenen, we wonen begeleid, we gaan vast een redelijk gesprek voeren.
Niet dus.
Hij komt op me af met een mes.
Altijd fijn wanneer een discussie over geluidsniveau direct naar het volgende niveau wordt getild.
We belandden rollebollend op de grond. Ik grijp zijn polsen vast om te voorkomen dat ik ergens extra ventilatieopeningen zou oplopen. Dat lukt grotendeels. Op een steekwond in mijn handpalm na.
De jongen word op straat gezet.
Ik houd er een mooi gat in mijn hand aan over.
Tocht alleen een beetje.

Drie Weken Liefde
Een vriendinnetje. Zus van iemand uit het kamertrainingscentrum. Niets gemeen.
Geen gedeelde hobby's. Geen gedeelde muziek. Geen gedeelde interesses. Geen gedeelde toekomstvisie.
Als we nog verder hadden gezocht, waren we waarschijnlijk zelfs verschillende voorkeuren voor zuurstof tegengekomen.
We tellen af. Drie weken. Geen kans op overleving.

De Betere Deal
1984.
Ik huur een kamer met kost bij familie van V. uit Zeist. Een keurig gezin. Man, vrouw, kind. De man zit zonder werk, maar compenseert dat gelukkig door de huur regelmatig te verhogen. Ondernemerschap kent vele vormen.
De huur stijgt gestaag door, mijn inkomen niet. Een klassiek gevecht tussen economische krachten waarvan de uitslag al vroeg bekend is.
Op een dag kan ik het niet meer betalen.
En dus mag ik per direct vertrekken.
Geen lange procedures. Geen ingewikkelde gesprekken. Geen bureaucratische rompslomp. Binnen vijf minuten ben ik van huurder gepromoveerd tot dakloze.
Wanneer ik later mijn spullen kom ophalen, blijkt de sfeer nog steeds uitstekend.
De vrouw des huizes staat me namelijk op te wachten met een mes.
Blijkbaar was er een misverstand ontstaan over wat onder klantvriendelijkheid wordt verstaan.
"Je spullen zet ik wel op straat. En nu moven, anders...?!"
Ik besluit eieren voor mijn geld te kiezen.
Dat klinkt laf, maar ik heb inmiddels enige ervaring met mensen die messen als communicatiemiddel inzetten. Je krijgt er zulke lelijke gaten van.
Bovendien ben ik principieel.
Ik beperk mijn agressie tot woorden.
Die laten minder littekens achter, zijn goedkoper in onderhoud en leveren aanzienlijk minder papierwerk op.
Dus ik vertrek.
Zij houdt het mes.
Ik houd mijn principes.
En eerlijk gezegd vind ik dat nog steeds de betere deal.

Het Patroon
Gelukkig heeft familie van V. nog een aardige zwager. Een man die bereid is mij op te vangen nadat ik met enige spoed uit mijn vorige onderkomen ben verdwenen.
Aanvankelijk gaat het goed.
Maar na verloop van tijd loopt ook hier de sfeer langzaam uit de klauwen. Irritaties. Wrijving. Opgekropte ergernissen. Het bekende repertoire.
En dan begin ik me af te vragen: wat is er eigenlijk met mij aan de hand?
Want als je één keer wordt weggestuurd, kun je nog spreken van pech.
Twee keer is toeval.
Drie keer begint verdacht veel op een patroon te lijken.
Dus zoek ik het eerst bij mezelf.
Misschien ben ik lastig.
Misschien te aanwezig.
Misschien juist te afwezig.
Misschien ben ik zo'n persoon die ongemerkt een kamer binnenkomt en er na een paar maanden in slaagt een complete huishouding collectief op de zenuwen te werken.
Ik spit mijn karakter door alsof ik een rechercheur ben op een plaats delict.
Maar veel wijzer word ik niet.
Dat er iets niet helemaal goed loopt, lijkt duidelijk.
Wat het precies is, blijft een raadsel.
En dat is lastig. Vooral omdat toekomstige huisuitzettingen aanzienlijk eenvoudiger te voorkomen zijn wanneer je weet waardoor ze worden veroorzaakt.
De zwager komt uiteindelijk tot dezelfde oplossing als zijn voorgangers.
Eruit.
Opvallend hoe vaak mensen denken dat een probleem ophoudt te bestaan zodra het zich ergens anders bevindt.
Alsof je een rookmelder oplost door hem uit het raam te gooien.
Voor de geschiedenisboeken werkt het uitstekend. Het patroon blijft mooi intact.
Voor mij iets minder.
Ik blijf achter met dezelfde vragen waarmee ik binnenkwam, alleen met minder woonruimte.
Dat schiet administratief misschien op.
Persoonlijk wat minder.

Te Laat Gezien
De Rotonde in Amersfoort. Een jongen zondert zich af in zijn kamer. Niemand die erop let. Ik ook niet. Heb ook mijn momenten van afzondering.
Deze jongen komt zelfs nauwelijks meer eten. Een week later is hij dood. Zichzelf opgehangen aan een brug.
Het lijkt me niet veel te doen. Of probeer ik mezelf flink te houden?

De Laatste Huisgenoot
1985. Samen met Paul op kamers in Culemborg. Beiden een kamer boven het café. Irritaties. Paul gaat weg. Ik blijf.
Kan hooguit mezelf nog irriteren.

Gebrek Aan Criminaliteit
Slapen was onmogelijk. Het café had de oorlog verklaard aan de nachtrust. Iedere nacht tot half drie pompte Massada uit de luidsprekers alsof de band per decibel werd betaald. Mijn matras begon inmiddels mee te zingen.
Om twaalf uur vijftig gaf ik het op. Ik trok mijn jas aan en ging wandelen om de muzieknoten uit mijn organen te laten vallen. Na twee straten verloor ik een gitaarsolo en ergens op de markt een complete percussiesectie.
Achter me reed een politieauto. Stapvoets. Zo langzaam dat ik hem bijna moest duwen.
Plotseling sprongen twee agenten eruit.
"Handen op de auto! Benen uit elkaar!"
Ik keek achterom of er misschien een bankrover stond. Helaas. Ik wás de bankrover.
"Waar gaat u heen?"
"Naar huis."
"En waar komt u vandaan?"
"Van huis."
Dat vonden ze verdacht.
Twee uur bureau. Computers draaiden overuren. Dossiers werden geopend. Satellieten uitgelijnd. Waarschijnlijk werd Interpol wakker gebeld.
Na uitgebreid onderzoek bleek ik geen strafblad te hebben.
Dat zorgde voor lichte paniek.
"Dat kan niet," mompelde iemand. "Iedereen heeft toch íéts?"
Ze controleerden nog of ik gezocht werd in België. Of Luxemburg. Of op de maan.
Niets.
Uiteindelijk mocht ik gaan wegens een schrijnend gebrek aan criminaliteit.
Buiten speelde het café eindelijk het laatste nummer.
Ik begon te vermoeden dat de hele politieactie alleen bedoeld was om me tegen de toegift te beschermen. Dat was eigenlijk best attent.

Muzikale Foltering
De herrie uit het café maakt me langzaam krankzinnig. Ik ken inmiddels het complete repertoire van Massada én Sandra & Andres uit mijn hoofd.
Ik betrap mezelf erop dat ik de tweede stem meezing. Dat was het moment waarop ik wist dat ik professionele hulp nodig had. Of een bulldozer.
's Nachts ga ik maar niet meer wandelen. Straks ziet de politie me weer lopen en denken ze dat ik iets van plan ben.
Nog een week Massada en ik overweeg een carrière als dirigent van een denkbeeldig orkest. Of ik geef me vrijwillig aan voor een misdaad die ik nog moet bedenken. Alles voor een rustige cel. Daar gaat tenminste om half drie de muziek uit.

Het Tientje
De valkparkiet kan haar windei niet kwijt. De dierenarts kan het probleem oplossen. Kost precies een tientje.
Toevallig is dat ook mijn complete voedingsbudget voor de rest van de week.
De financiële top heeft na lang beraad besloten dat de vogel voorrang krijgt.
Ik leef de komende dagen op droog brood. Tenzij de valkparkiet toch nog een bijdrage aan het huishouden levert.
Dan wordt het een boterham met windei.

Het Evenwichtsprincipe
Elke ochtend ren ik een paar kilometer. Karnemelk. Gezond eten. Vervolgens rook ik alsof de longen van iemand anders zijn.
Ik geloof heilig in evenwicht. Alles wat gezond is, moet onmiddellijk worden gecorrigeerd.

De Laatste Vogelzang
Kamer in Zeist. Parkieten oké zegt de huurbaas. Huurders klagen over herrie van parkieten. Parkieten niet oké zegt de huurbaas. Parkieten weg of ik weg.
Allebei dan maar.

Even
Kan mijn vogels even kwijt in het Tuincentrum. Sta zelf even op straat. Kan bij het Leger des Heils slapen. Even.

Het Frenzfonds
Vind een kamer aan de Rozenstraat. Piepklein. Als ik mijn kont wil keren, moet ik eerst toestemming vragen aan de muur.
Wil iets nuttigs doen. Bel het Leger des Heils. Of ze iemand nodig hebben.
Jawel.
Ik word collectant voor de Kankerbestrijding.
Frenz krijgt de villawijken. Dus schone sokken aan. Handen wassen. Dat was ook alweer een tijdje geleden.
Voor de spiegel oefenen.
Wenkbrauwen iets omhoog. Van nature kijk ik alsof ik onderweg ben naar een afrekening.
Niet te gretig lachen. Bij het vooruitzicht van een donatie begint mijn onderlip vanzelf te kwijlen.
Scenario's oefenen.
"Ik kan mijn portemonnee niet vinden."
"Geeft niks mevrouw. Ik help wel even zoeken."
Of:
"Ik wacht wel. Alle tijd. Koffie? Suiker en melk graag."
Of:
"Dat zegt u nu wel, maar u bent vandaag al de vijfde die zijn portemonnee kwijt is. Er moet hier ergens een seriemoordenaar voor portemonnees rondlopen."
Goed.
Ik ben er klaar voor.
Collectebus. Belletje. Wenkbrauwen omhoog. Grijns erop.
De eerste deur gaat op een kier.
Mevrouw bekijkt me van top tot teen.
Schone sokken.
Gewassen handen.
Vriendelijke glimlach.
En verder alles wat je níét verwacht van iemand die geld van je wil.
SLAM.
Deur dicht.
Kan haar geen ongelijk geven.
Ik lijk niet op een heilsoldaat.
Heilsoldaten hebben grijze slapen, een bril en een trompet.
Ik heb alleen een collectebus en een gezicht dat bij de politie al nieuwsgierigheid opwekt.
Na afloop krijg ik een kop soep.
De majoor vraagt of ik ook diensten wil bijwonen.
Ik zeg: "Ja."
Ik bedoel: "Nee."
Ik kan niet eens trompet spelen.
Mocht er nog eens gecollecteerd moeten worden voor mensen die het echt nodig hebben...
...dan houd ik me aanbevolen.
Werknaam:
Het Frenzfonds.
Daar is de opbrengst tenminste gegarandeerd teleurstellend.

Retour Afzender
Het SJG laat mijn achtergebleven zakken keurig ophalen door Van Gend & Loos.
Bestemming: mijn nieuwe adres.
Eerste bezorging: ik niet thuis.
Tweede bezorging: weer niet thuis.
Derde bezorging: eindelijk wel thuis.
Alleen moest ik eerst de twee mislukte pogingen betalen.
Ik had precies te weinig geld.
Dus gingen mijn spullen weer terug de vrachtwagen in.
Ik leg uit dat er onvervangbare dingen tussen zitten. Mijn schaarse babyfoto's bijvoorbeeld.
"Volgende keer betaal ik echt."
De chauffeur haalt zijn schouders op.
Regels zijn regels.
Niet betaald is niet bezorgd.
Derde keer niet betaald is vernietigen.
Alsof mijn jeugd een verkeerd geadresseerd pakketje was.
Mijn babyfoto's eindigen vermoedelijk in de versnipperaar.
Dat scheelt later weer met het vernietigen van mijn jeugd. Dat had de papiermachine alvast voor me geregeld.

Banzaii!!!
Drum in een bandje, Banzaii. Vrij vertaald: Aanvalluh. Moet er wel helemaal voor naar De Meern fietsen.
Hebben regelmatig optredens. Volle zalen. Tot we beginnen te spelen. Dan druipen ze af. De lafaards.
Heb genoeg van Banzaii. Ik fiets me krom.

Tweede Ronde
Lees in de krant: Banzaii zoekt zijn drummer. Dat ben ik zei de gek. Het is schijnbaar dun gezaaid met slagwerkers.
Ach. Laat ik mijn stokjes maar weer oprapen. Waarom ook niet. Fietsen is gezond.

De Laatste Repetitie
De gitarist van Banzaii kon zijn gitaar ruilen voor een motor. Banzaii bestaat niet meer.
We probeerden het nog wel maar het was echt een rotherrie met die motor op het podium. Dan klonk die gitaar toch beter.

Grof Vuil
Leer Abdul K. kennen. Sympathieke Somaliër. Heeft een kamer in hetzelfde huis.
Evenals Dirk K. Die werkte in een snackbar en werd gedumpt. Zijn kroketten smaakten niet. Deed zelfmoordpoging. Niet vanwege de kroketten. Is nu weer de oude. Wordt mijn beste vriend. Op de voet gevolgd door Abdul.
Dirk maakt net als mij een klerezooi van zijn kamer. We kunnen elkaar zonder verontschuldigingen tussen het grof vuil opzoeken. Het is onmogelijk te zien waar mijn kamer ophoudt en die van Dirk begint. De rommel loopt gewoon door.
Onze kamers zijn zo smerig dat je je voeten moet vegen als je naar buiten gaat.
Als ik nies, vliegt er weleens een groen projectiel door Dirks kamer.
Zolang hij het biologische materiaal uit zijn neusgaten onder mijn salontafel smeert heb ik daar zelf wel vrede mee.
Tegenwoordig leg ik ze netjes in de groene bak hoor.

Werkverkeer
Dirk werkt zich de longen uit het lijf in een slagerij.
Ik werk bij de Melkunie.
Dertig kilometer heen.
Dertig terug.
Zo is Joop Zoetemelk ook begonnen.

Ademhalen
Steeds vaker benauwd. Na onderzoek hoge bloeddruk en aanleg voor allergisch astma geconstateerd. Krijg medicijnen. Slikken en inhaleren.
Niet tegelijk.

Joke
Ai!#$&§! Parkiet weggevlogen. Raam stond open.
Vraag het meisje beneden of ze hem heeft zien vliegen. Helaas. Parkiet afgeschreven. Had er wel een persoonlijke band mee. Ik blijf achter met een lege kooi, een bakje vogelzaad en het pijnlijke besef dat ik zelfs door een parkiet ben verlaten.
Zelfs mijn huisdieren ontwikkelen uiteindelijk een vluchtplan.
Het meisje heet Joke en ze heeft een sigaretje voor me om van de schrik te bekomen. Joke is knap en aardig.
Ik begin vlinders te krijgen. Als díe maar niet wegvliegen.

Vogelvrij
Wil stoppen met mijn vogels. Buren klagen over de herrie.
Het gaat me aan mijn hart. Verzorg ze als vorsten. Spoel ze niet door maar begraaf ze ceremonieel in de tuin. De doden dan.
Wil ze een goed tehuis geven. Hoef er niks voor te hebben. Weet iemand met een mooie buitenvoliere. Die wil ze eerst niet hebben.Ik vertel hem dat het zulke lieve schepseltjes zijn. En dat mijn buren dat ook vinden. Hij hapt. Hij krijgt mijn fauna. Plus de herrie.
Het doet pijn.

De Glimlach
Mijn angst voor een afknapper weerhoudt mij ervan meer te doen dan de eerste weken quasi-nonchalant langs Joke's raam te lopen en een bewonderende glimlach tevoorschijn te toveren. Die ziet eruit alsof ik kiespijn probeer te verbergen.
Joke lacht terug.
Ik ben smoor.

Nasmeulen
Bijna geen lucht van het lachen. Flying High op TV.
Deel twee is een stuk minder. Ik lach wel. Maar dat is het nasmeulen van deel eén.

Een Kop Koffie
Kom Joke tegen in de stad. Of ik een kop koffie kom halen vanavond. Mijn hart slaat een paar maten over.
Mijn hersenen nemen het direct over.
Binnen tien seconden zijn we getrouwd, hebben twee kinderen en ruzie over de afwas.
Daarna herinner ik me dat ze alleen koffie heeft aangeboden.
Zou het gevoel wederzijds zijn? Wachten tot vanavond.
Op een kop koffie. En wat erna komt.

I Feel Love
Leuk gesprek met Joke. Ze heeft een lief wipneusje.
Broer Richard komt langs.Of ze hem wat geld kan lenen. Geen probleem voor Joke. Ben getroffen door haar begrip en medegevoel.
Vraag haar mee naar de film.
Zien we niks van want we zoenen. De bioscoop had net zo goed een documentaire over asfalt kunnen draaien.
Ik ben verkocht. I feel love.

Het Kringloopcentrum
Werk op het Kringloopcentrum als vrijwilliger. Samen met Bart op de auto.
Aardige vent maar een beetje weird. Dat schijnt een functie-eis te zijn.
Ook met Anneke, een oudere vrouw, een goed contact.
Joke komt onverwachts langs. Blijft hangen voor de koffie. Vindt dat ik leuk werk doe. Krijgt er voor dat compliment een koekje bij.

Je Bent Wie Je Bent
Joke's vader is jarig.
Of ik meekom. Ik zeg ja. Mijn zenuwen zeggen nee.
Hartelijke begroetingen. Koffie. Gebak.
En daarna...
...het staren.
Iedereen kijkt.
Niemand zegt iets.
Ik krijg steeds sterker het gevoel dat ze mijn gedachten kunnen lezen.
Dat lijkt me vervelend. Voor hen.
Ik probeer iets te zeggen over het weer.
Helaas is dat onderwerp al volledig opgebruikt voordat ik aan de beurt ben.
Ik zit erbij als een kamerplant zonder decoratieve waarde.
Mijn astma besluit dat dit een geschikt moment is om zich er ook mee te bemoeien.
Ik houd het voor gezien.
"Het was gezellig."
Iedereen knikt beleefd.
Buiten voel ik me een enorme sukkel.
Tegenover Joke bied ik mijn excuses aan.
Ze haalt haar schouders op.
"Je bent wie je bent."
En ze houdt nog steeds van me.
Onbegrijpelijk.
Maar vooral fantastisch.

Tijd Voor Lol
Samen naar Zandvoort.
Heb alleen weinig geld. Geeft niets zegt Joke. Tijd voor lol heb je altijd.
Lange strandwandeling gemaakt. Om de vijf minuten een koffiehuis binnengelopen vanwege de regen. Daarna ergens eten.
Voel me schuldig dat ik op Joke's zak teer. Joke wordt er niet warm of koud van. Ze heeft schadevergoeding gekregen voor een mislukte operatie aan haar knie. En dat moet op vindt ze. Dan betaal jij volgende keer toch.
Welja. Niet overdrijven schat.

De Gangmaker
Joke vraagt of ik meega naar een verjaardag.
Zie de starende blikken al voor me.Een kamer vol onbekenden die zich waarschijnlijk afvragen wie de ontsnapte patiënt heeft meegenomen. Maar wil haar niet teleurstellen. Ga dus mee, gesterkt door de inhoud van een fles wijn.
Krijg moeizaam alcohol naar binnen maar als ik er wat losser van word moet ik maar even doorbijten.
Het werkt. Hi guys alles kits? Alles kots.
Maar ik ben de gangmaker van de avond. Tenminste, zo herinner ik het me.`
Het is ook mogelijk dat iedereen mij voortdurend in de gaten hield om te voorkomen dat ik in de fondue viel.

Koken Voor Joke
Joke werkt bij Samsam, een kindercreche.
Ik haal haar soms met de fiets op en ga dan voor haar stofzuigen en koken.
Ze waardeert het gebaar. En als iemand dat zegt dan weet je dat de aardappelen niet gaar zijn.
Maar leuk geprobeerd.

Rubberen Robbie
Randstad belt.
Of ik in een rubberfabriek wil werken.
Ploegendienst.
De ene week overdag.
De andere week 's nachts.
In een bloedhete hal rubber van machines trekken en af en toe controleren of mijn vingers er nog aan zitten.
Wat wil een mens nog meer.
Na mijn eerste nachtdienst ligt er een briefje op mijn bed.
Van Joke.
Ze vindt het moeilijk een relatie op te bouwen als ik overdag slaap.
Ik eigenlijk niet.
Zolang ze me maar niet wakker maakt.
Ze mist me nu al.
Of ik voor ons een baan overdag wil zoeken.
Ik loop naar haar kamer.
Zeg dat zij het mooiste is wat me ooit is overkomen.
En dat ik ontslag neem.
We omhelzen elkaar.
Vallen samen op bed in slaap.
Rubberen Robbie is moe.

Voor Een Kaarsje
Joke had haar vakantie naar Joegoslavië al geboekt voordat ik in beeld kwam.
Samen met haar zus Loes.
Ik pas helaas niet in de handbagage.
Dus blijf ik thuis.
Vlak voor vertrek zitten we met haar moeder aan tafel.
Joke rookt af en toe.
Haar moeder weet dat niet.
Ik wel.
"Joke, vergeet je sigare..."
Stilte.
Oeps.
"...sigarettenaansteker niet."
Haar moeder kijkt op.
"Voor een kaarsje natuurlijk," improviseer ik.
"Dat je in Joegoslavië voor mij kunt opsteken."
Dat klinkt beter. Ik red de situatie.
Denk ik.
Joke kijkt me aan alsof ze alvast een souvenir voor me heeft uitgezocht.
Waarschijnlijk een grafsteen.

Acuut Tekort Aan Joke
Ze is amper vertrokken of ik mis haar al. Onder mijn kussen ligt een briefje. Schat, mocht je me missen, weet dan dat ik van je hou. Info die ik goed kan gebruiken.
Ik lijd inmiddels officieel aan een acuut tekort aan Joke.
Nog drie weken wachten.

Oink Oink
Die drie weken lijken wel drie jaren. Krijg een kaartje uit Joego.
Vergeet mij niet, je oink oink staat erop.

Boink Boink
Eindelijk. Oink oink is terug. Begon al krankzinnig te worden. Mijn leven kan weer beginnen.
Heb een tweepersoonsbed gekocht zodat we bij elkaar kunnen slapen. Kraakt alleen een beetje. Boink boink.

Relatiepauze
Er sluipt wat irritatie in de relatie.
We spreken af elkaar een week niet te zien.
Op dag drie bellen we elkaar op.
Om te overleggen of we de week mogen inkorten.
Democratisch besloten.
Unaniem aangenomen.

Hit Van Het Verleden
Liggen in bed.
Op de radio een nummer van Level 42.
Joke vertelt dat dit de plaat was die draaide toen ze haar ex leerde kennen.
Getver.
Ineens hoor ik allemaal muzieknoten die niets in mijn relatie te zoeken hebben.
Ik vraag, lichtelijk geïrriteerd, of ze soms nog van hem houdt.
Ze begint zacht te huilen.
Niet omdat ze van hem houdt.
Maar omdat ik blijkbaar denk dat ze niet van míj houdt.
Dat was niet de bedoeling.
Ik sla een arm om haar heen.
Bied mijn excuses aan.
En zet de radio uit.
Veiligheid voor alles.
Je weet nooit welke ex de volgende plaat nog in de hitparade heeft achtergelaten.

Ondersteboven
Joke en ik naar Slagharen.
Een wiebelende boot. Leuk. Ze hadden me alleen wel even mogen vertellen dat hij wiebelt tot hij ondersteboven staat. Mijn zonnebril vliegt uit mijn overhemdzak naar beneden. Morsdood.
Joke wint ergens een hoed en zet hem ook niet meer af. Op mijn verzoek want het staat haar geweldig.
We liggen in een deuk in de trein.
Joke is een giechelkont.
Ik voel me gelukkig. Ook zonder bril.

De Indringer
We liggen op de bank te dollen.
Opeens kijkt Joke onder het bed.
"Ik zag iets bewegen."
Ik schrik me wezenloos.
Meteen denk ik aan Poltergeist.
Blijkt een muis te zijn.
Dat stelt me allerminst gerust.
We kijken elkaar aan.
"Pak jij hem?"
"Jij?"
Na langdurig overleg neem ik het initiatief.
Ik zoek mijn vliegenmepper.
Strategisch misschien niet het juiste wapen tegen een muis, maar je moet roeien met de mepper die je hebt.
Het monster vlucht onder de deur door de gang op.
Crisis bezworen.
We kruipen weer op de bank.
Eerst een schone onderbroek aan.

Papieren Ex
Joke laat me brieven lezen van een ex.
Het druipt van de liefde.
Ik word jaloers.
Dat vraagt om een volwassen reactie.
Ik schrijf een liefdesbrief aan mezelf.
Zogenaamd van een ex die me dolgraag terug wil.
Het druipt van de liefde.
Ik leg de brief pontificaal op tafel.
Toevallig.
Joke leest hem.
"Wat is dit?"
Ik haal mijn schouders op.
"Ach... een ex. Ze wil het weer goedmaken.
Maar ik reageer niet. Ik heb het veel te goed met jou.
De ex kan de pot op. Of een druiper krijgen.

Discussie Over God
Joke en ik discussiëren over God.
Ik begin bij een stoel.
Via chimpansees kom ik uit bij Einstein.
Uiteindelijk weet ik zeker dat er twee mogelijkheden zijn.
Of God bestaat.
Of ik praat veel te lang.

Filosofie Bij De Koffie
Joke en ik filosoferen.
Dat is gevaarlijk.
Voor je het weet is de koffie koud en probeer ik het universum uit te leggen met een suikerklontje.
Via de oerknal beland ik bij Darwin.
Via Darwin beland ik bij Einstein.
Einstein zegt niets terug.
Dat sterkt me in mijn overtuiging.
Ik houd een betoog dat zo logisch is dat ik onderweg drie keer de draad kwijtraak.
Joke vindt het boeiend.
Ik ook.
Ik ben gek op filosoferen.

Geen Verhuurbedrijf
Bel ma om te vragen of Joke en ik in de zomer in hun vakantievilla Huize Pirola op Ameland mogen verblijven.
Nee. Ma verhuurt niet. Ook niet aan zoonlief. Ze is geen verhuurbedrijf.
Ik voel me gefrustreerd. Joke troost me.
Ma kan de boom in.

Je Moet Nog Langer Mee
Joke zegt dat haar neef langs komt. Hij woont in Rotterdam en wil Joke uitnodigen op zijn verjaardag. Dan haalt hij haar op de motor op.
Ze wil wel. Ze heeft alleen nog nooit op een motor gezeten.
Morgen komt hij en gaan ze een proefritje maken.
Als hij maar niet gaat racen om indruk te maken zeg ik. Je moet nog langer mee.